Over een bewezen aanpak die al twintig jaar bestaat — en toch grotendeels onbekend blijft
Stel: er bestaat een instrument waarmee gemeenten en ondernemers samen structureel kunnen investeren in binnensteden, bedrijventerreinen en leefbaarheid. Zonder rijkssubsidie. Zonder jaarlijkse onderhandelingen over wie wat bijdraagt. Zonder gratis-meerijders die van de inspanningen van anderen profiteren zonder bij te dragen.
Stel: dat instrument is juridisch goed uitgekristalliseerd, bestaat al twintig jaar, en meer dan vijftig Nederlandse gemeenten werken er al mee.
Dan zou je verwachten dat het inmiddels gemeengoed is. Dat elke wethouder Economische Zaken het kent. Dat elke parkmanager en centrummanager weet waar hij of zij aan toe is.
Dat is niet zo.
Een instrument dat zichzelf bewezen heeft
Een gemeentebreed ondernemersfonds werkt via een opslag op de onroerendezaakbelasting voor niet-woningen. Alle eigenaren en gebruikers van niet-woningen in een gemeente betalen automatisch mee. Het geld gaat niet naar de algemene middelen van de gemeente, maar rechtstreeks naar een fonds dat door ondernemers zelf wordt beheerd. Zij beslissen wat ermee gebeurt… per gebied, per thema.
De kern is simpel: iedereen die profiteert van een goed ondernemersklimaat draagt automatisch zijn deel bij. Dat lost het hardnekkigste probleem van vrijwillige ondernemersorganisaties op: de gratis-meerijder. In traditionele ondernemersverenigingen betaalt niet iedereen mee, maar profiteert iedereen wel. Met een gemeentebreed fonds is dat voorbij.
Steden als Utrecht, Dordrecht en gemeentes als Smallingerland laten zien wat er dan mogelijk wordt: structurele financiering voor parkmanagement, energiehubs, gebiedsprofilering, veiligheid, bereikbaarheid. Niet afhankelijk van een subsidieronde of een politieke prioriteit die de volgende collegeperiode weer anders ligt.
Waarom dan toch die leegte?
Ik stel mezelf die vraag regelmatig. Want als je het instrument eenmaal kent (en zeker als je het van dichtbij hebt meegemaakt) is het bijna onbegrijpelijk dat het niet vanzelfsprekend is.
Een deel van het antwoord zit in de naam. “Gemeentebreed ondernemersfonds via OZB-opslag” is geen zin die een wethouder wakker houdt. Het klinkt technisch, misschien zelfs een beetje grijs. Terwijl de werkelijkheid die erachter schuilgaat allesbehalve grijs is.
Een ander deel zit in de versnippering van kennis. Er zijn organisaties die er veel van weten (LPOF, CLOK, Blaauwberg om maar een paar te noemen) maar hun bereik is beperkt en hun doelgroepen overlappen maar ten dele. Een wethouder in Zeeland die voor het eerst nadenkt over organisatiekracht bij ondernemers, komt dit instrument lang niet altijd vanzelf tegen.
En een derde deel (en dit is de meest ongemakkelijke verklaring) zit in de politieke risicoaversie rondom alles wat lijkt op een belastingverhoging. Want een OZB-opslag ís een opslag op een belasting, ook al gaat het geld volledig terug naar ondernemers zelf. Dat onderscheid is cruciaal, maar vraagt uitleg. En uitleg kost tijd en moed.
Wat het in de praktijk betekent
Ik werk dagelijks op een bedrijventerrein waar de organisatiegraad en het beschikbare budget het verschil maken tussen ambities die landen en ambities die stranden. Lage Weide heeft een professionele parkmanagementorganisatie met een stevige financiële basis. Die basis maakt het mogelijk om energiehubs te realiseren, mee te doen aan nationale programma’s als Werklandschappen van de Toekomst, en als living lab te fungeren voor verduurzaming op gebiedsniveau.
Die positie is niet vanzelfsprekend. En ze is zeker niet representatief voor de meeste bedrijventerreinen en binnensteden in Nederland.
Op veel terreinen en in veel centra zit de parkmanager of centrummanager elk jaar opnieuw in hetzelfde gesprek: wie betaalt mee, wie niet, en hoe houd je de organisatie overeind terwijl je ook nog eens probeert iets te bereiken? Dat is energie die niet naar inhoud gaat. Niet naar verduurzaming. Niet naar bereikbaarheid. Niet naar de opgaven die van iedereen worden gevraagd.
Een gemeentebreed ondernemersfonds maakt aan dat gesprek een einde. Niet omdat alles dan vanzelf gaat, maar omdat de basisinfrastructuur op orde is.
Een landelijke aanpak
Vanuit die overtuiging werk ik dit jaar als kwartiermaker aan de Nationale Stimuleringscoalitie Ondernemersfondsen: een initiatief van PVB Nederland, CLOK, LPOF, het Netwerk Citymarketing en de Nederlandse Vereniging van Parkmanagers. Vijf organisaties die samen de breedte van het Nederlandse ondernemersveld vertegenwoordigen.
Het doel is niet om een nieuw wiel uit te vinden. Het doel is om de kennis die al bestaat (in vijftig gemeenten, bij gespecialiseerde organisaties, in twintig jaar praktijkervaring) toegankelijk te maken voor de wethouder in Zeeland, de parkmanager in Overijssel en de centrummanager in Flevoland die er nu nog niet van weten.
Dit najaar lanceren we daarvoor een campagne, een kennisplatform en concrete instrumenten voor gemeenten en ondernemersorganisaties die de stap willen zetten.
De vraag die overblijft
Vijftig gemeenten doen het al. De rest weet grotendeels niet dat het bestaat.
Dat is geen verwijt aan die gemeenten. Het is een constatering over hoe kennis over effectieve instrumenten in Nederland circuleert… of juist niet circuleert. En het is een reden om er iets aan te doen.
Als jij werkt aan de economische ontwikkeling van jouw gemeente, als je parkmanager of centrummanager bent, of als je gewoon benieuwd bent of dit iets voor jouw situatie is: neem contact op. Of wacht op de lancering van ondernemersfondsen.nl dit najaar.
Het wiel hoeft niet opnieuw uitgevonden te worden. Maar het moet wel gevonden worden.
Roeland Tameling is o.a. directeur-bestuurder van Parkmanagement Lage Weide, vice-voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Parkmanagers en kwartiermaker van de Nationale Stimuleringscoalitie Ondernemersfondsen.